Veelgestelde vragen

De ambitie en visie van het ANB is om alle actoren blijvend te betrekken bij de realisatie van de Europese natuurdoelen. In  de opstartfase van het gebiedsgericht overleg werd samen een stand van zaken en een agenda voor de toekomst opgemaakt. Per actie werd  bepaald welke actoren betrokken moeten worden.

Afhankelijk van de resultaten van deze fase zal het verder overleg op maat gemaakt worden van elk gebied . Het is in ieder geval duidelijk dat de overlegplatforms ook in de toekomst een belangrijke rol blijven spelen in de opvolging van de implementatie. Ze zullen het forum zijn waarop afspraken gemaakt en opgevolgd worden.

Het Bosdecreet omschrijft ‘ontbossing’ als volgt: iedere handeling waardoor het bos geheel of gedeeltelijk verdwijnt en aan de grond een andere bestemming of gebruik wordt gegeven.

Toch bestaat in de praktijk nog verwarring tussen het kappen van bomen in een bos en een ontbossing. Om bomen te kappen voor het beheer van bos is een kapmachtiging of een beheerplan vereist. Een kapping, zoals vergund via een beheerplan, mag nooit tot ontbossing leiden. Daarom wordt een machtiging voor kaalslag (het kappen van alle bomen op een perceel of een deel van het perceel) alleen verleend onder de voorwaarde van herbebossing. In een beheerplan moet voor elke voorziene kaalkap aangegeven zijn wanneer en op welke manier zal worden herbebost.

Ontbossing is dus in principe verboden. Een uitzondering vormen ontbossingen in functie van het realiseren van Europese natuurdoelen, vastgesteld voor een speciale beschermingszone (SBZ) of voor beschermde soorten op grond van het natuurdecreet. Deze moeten niet gecompenseerd worden als daarvoor een goedgekeurd bosbeheerplan, een beheerplan voor een bosreservaat of een beheerplan voor een natuurreservaat (later het natuurbeheerplan) werd opgemaakt. Dat is voorzien in het bosdecreet. Zo wil men de realisatie van de Europese topnatuur vergemakkelijken.

We begrijpen dat het opstellen van een beheerplan  grote inspanningen vergt, zeker voor een individuele eigenaar. Daarom stimuleren we de opmaak van gezamenlijke beheerplannen. Die hebben verschillende voordelen: er wordt één visie voor het gebied opgesteld, het beheer wordt op elkaar afgestemd en de relatieve kost is lager door schaalvoordelen. Het ANB kan ondersteuning bieden bij de opmaak van beheerplannen. Er bestaan ook organisaties zolas de bosroepen die een ondersteunende en coördinerende rol kunnen spelen bij opmaak en uitvoering van dergelijke beheerplannen.

Tegen 2020 moet de verdere achteruitgang worden gestopt en moet minstens een derde van de habitattypes en soorten in een gunstige staat van instandhouding zijn gebracht. Tegen 2050 volgt de rest, maar om dat te bereiken moet nu al actie ondernomen worden. Je kan de tussendoelen 2020 raadplegen op https://www.natura2000.vlaanderen.be/wat-tegen-wanneer

Alle gebieden vind je terug op deze website bij ‘Natura 2000-gebieden’. Je kunt ze ook bij je gemeente opvragen of via het geoloket Vlaanderen.

In Vlaanderen komen 47 te beschermen habitattypes op grond van de Habitatrichtlijn voor. Bovendien komen er 109 plant- en diersoorten voor waarvoor een instandhoudingsbeleid moet uitgewerkt worden. Samen vereisen die ongeveer 100.000 ha ‘natuur’. Een deel van die natuur bestaat al en moet enkel verder beheerd of beter beheerd worden.

Anders dan in veel andere Europese lidstaten gaat het echter voor een belangrijk deel om oppervlaktes die bijkomend gecreëerd moeten worden, door omvorming van natuur die geen Europese bescherming geniet of van andere landgebruiken. Dat is te wijten aan de sterke versnippering van het landgebruik in Vlaanderen, waardoor individuele habitatvlekken vaak te klein zijn om lokaal naar een gunstige staat van instandhouding te kunnen evolueren.

Afgerond zal ongeveer 100.000 hectare moeten bijdragen aan de gunstige staat van de habitattypes, met een verhouding 55/45 tussen bestaand en nieuw habitat. Daarnaast komen binnen en buiten het Natura 2000-netwerk nog eens 25.000 hectare verspreide habitatsnippers voor. Die zijn en blijven te klein om bij te dragen tot de gunstige staat van instandhouding. Voor de leefgebieden van Europees beschermde soorten is bovenop de uitbreiding aan habitats nog een uitbreiding met 4000 à 7000 hectare aan regionaal belangrijke biotopen vereist.

Van bij de start van het proces van het vastleggen en realiseren van de Europese natuurdoelen is de socio-economische context in overweging genomen. Alle betrokken sectoren werden onmiddellijk bij het overleg betrokken om de verschillende perspectieven in beeld te brengen. Bij de spreiding en allocatie van de Europese natuurdoelen wordt actief rekening gehouden met de socio-economische context via verschillende modellen die opgebouwd zijn in overleg met meerdere sectoren.

Binnen de Speciale Beschermingszones komen allerhande activiteiten voor. Er kan worden gewoond, gewerkt, beheerd en gerecreëerd. De vaststelling van de SBZ of de opmaak van de IHD brengen geen einde aan deze mix. Het is de stellige bedoeling van de Vlaamse overheid om de doelstellingen samen met de gebruikers en eigenaars binnen de SBZ te realiseren. Hiervoor zullen stimulerende instrumenten ingezet worden op maat van de IHD. Vanzelfsprekend is het wel zo dat activiteiten, zowel binnen als buiten SBZ, de realisatie van de doelstellingen niet onmogelijk mogen maken.

De toewijzing van doelen per speciale beschermingszone (SBZ) is gebeurd op basis van een uitgebreid participatief traject en vastgelegd in uitvoeringsbesluiten die goedgekeurd werden door de Vlaamse regering. Om de zes jaar wordt alles grondig geëvalueerd en wordt er een balans opgemaakt met eventuele aanpassingen van de besluiten. Na overleg kunnen er dus natuurdoelen verschoven worden binnen een SBZ.

‘Quick wins’ is de vroegere benaming voor de huidige ‘investeringssubsidies natuur’. Met beide subsidies wil het ANB alle mogelijke beheerders stimuleren om gebieden in te richten met het oog op de realisatie van Europese natuurdoelen. De opmaak van een beheerplan is hierbij verplicht.

Het ANB raadt aan om nu al een beheerplan volgens de nieuwe regelgeving op te maken. De kans is immers groot dat wanneer het beheerplan ter goedkeuring wordt ingediend bij het ANB, de nieuwe regelgeving van kracht is. Als dat nog niet het geval is, zal het beheerplan worden goedgekeurd volgens de huidige procedures. Ook de gewone subsidieregeling blijft dan gelden. Zodra de nieuwe regelgeving in werking treedt, kan de beheerder snel overstappen op het vernieuwde systeem van natuurbeheerplan en subsidies. Indien de inrichting nu niet door een bestaand bosbeheerplan gedekt kan worden, wordt er gewacht tot de nieuwe figuur van natuurbeheerplan beschikbaar is.

Uit de evaluatie van de bestaande beheerplannen blijkt dat er twee scenario’s mogelijk zijn:

A) Er zijn geen wijzigingen nodig: het bestaande beheerplan geldt als natuurbeheerplan vanaf de datum vermeld in het evaluatieverslag. Dat verslag is het bewijs dat het bestaande plan kan fungeren als natuurbeheerplan. Die beslissing van het ANB gaat gepaard met aanpassingen van termen (zoals bepaling van de natuurstreefbeelden) zodat vanaf dan de nieuwe subsidies kunnen worden ingezet.

B) Er zijn wel wijzigingen of aanvullingen nodig: het aangepaste beheerplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het ANB. Na goedkeuring geldt het als natuurbeheerplan (en treedt de nieuwe subsidieregeling in werking).

Als de wijzigingen of aanvullingen beperkt zijn, vallen die onder de klassieke evaluatie van het beheerplan en zijn ze dus ten laste van de beheerder.

Bij grote aanpassingen, zoals het wijzigen van de beheervisie (bijvoorbeeld bos wordt omgevormd tot heide, grasland moet evolueren tot elzenbroekbos… ) wordt er een nieuw beheerplan opgesteld dat de volledige goedkeuringsprocedure moet doorlopen. Voor het opmaken van een nieuw beheerplan kan de beheerder subsidies aanvragen bij het ANB.

 

Elke regio in België en alle lidstaten in Europa hebben hun eigen verantwoordelijkheid in het kader van Natura 2000. De Vlaamse natuurdoelen kunnen dan ook enkel gerealiseerd worden binnen Vlaanderen. Vanuit de Europese netwerkgedachte proberen we bij het realiseren van de natuurdoelen natuurlijk zoveel mogelijk aan te sluiten bij de omliggende natuurwaarden. We voeren daarover ook overleg met de overheden aan de ‘andere kant van de grens’.

In de rapporten wordt, tenzij slechts één locatie mogelijk is, niet bepaald op welke locatie de doelstellingen gerealiseerd moeten worden. Het realiseren van deze doelstellingen kan op vele manieren gebeuren, afhankelijk van gebruiker/eigenaar en tijdstip. Om de flexibiliteit van de realisatie niet te hypothekeren, worden de doelstellingen niet gealloceerd, maar zal in de fase van de realisatie in overleg afgesproken worden waar welke doelstellingen precies gerealiseerd zullen worden. Om een optimale ruimtelijke plaatsing van de doelen te realiseren wordt gewerkt met een zoekzone.

Met Natura 2000 roept Europa de achteruitgang van de natuur een halt toe. Natura 2000 wil over heel Europa de nodige ruimte bieden aan verschillende soorten planten en dieren, en de gebieden waarin ze leven. En die natuur levert ook voordelen op voor de mens: zuiver water, ruimte voor recreatie, een gezonde bodem, frisse lucht…

Net zoals voor de andere soorten, zijn voor de oppervlaktebehoevende soorten de doelen in de specifieke instandhoudingsdoelstellingen besluiten (S-IHD) opgenomen. De  oppervlaktes kunnen afgeleid worden uit de rapporten die de criteria voor de beoordeling van de staat van instandhouding beschrijven (INBO.R.2008.35; INBO.R.2008.36). In deze rapporten wordt telkens met een oppervlaktevork gewerkt. Het is immers vaak onmogelijk om een exacte oppervlakte aan bijvoorbeeld een broedpaar of een populatie toe te schrijven aangezien dit afhankelijk is van vele factoren.
 

De actuele leefgebieden van de oppervlaktebehoevende soorten binnen die beschermingszones waar ze tot doel gesteld zijn in het S-IHD-besluit, worden weergegeven in managementplan 1.1 en ook geïmplementeerd in het zoekzonemodel. Voor vier van deze soorten (grauwe klauwier, roerdomp, kwartelkoning en porseleinhoen) wordt in het zoekzonemodel ook met een reservatiezone gewerkt voor die gebieden waar er, naast eventueel actueel voorkomen , een bijkomend doel is.

De weg zelf heeft geen impact op de naburige SBZ’s, maar het verkeer dat er over rijdt wel.  De impact van verkeer werd in kaart gebracht in de geactualiseerde versie van het impactrapport dat beschikbaar is op de website van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO): https://www.inbo.be/nl/thema/milieu/vermesting

De zoekzones worden gevrijwaard om de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken speciale beschermingszone (natuurdecreet art 2 70°) optimaal te plaatsen. Zoekzones geven dus per habitat een concreet ruimtelijk kader waaraan vergunningsaanvragen getoetst worden. Bij de voortoets en bij de passende beoordeling wordt dus gekeken naar de gevolgen inzake hinder en milieudruk die kan ontstaan door een te vergunnen activiteit binnen de volledige zoekzone. Ook al is er nog geen habitat echt aanwezig in die zone. Bedoeling is immers om de zoekzones te vrijwaren van te sterke hinder om de ontwikkelingskansen van een habitat niet te hypothekeren.

Dit verhindert niet dat er voortdurend maatregelen moeten worden genomen als dat noodzakelijk is om verslechtering van de natuurkwaliteit en het natuurlijk milieu van de Europees te beschermen habitats,  hun soorten en hun leefgebieden te vermijden of te beëindigen (natuurdecreet art 50septies§2).

Een wijziging van het natuurdecreet van juli 2014 omvat onder andere de inzet van een nieuw en globaal concept van beheerplannen: het natuurbeheerplan. Dit natuurbeheerplan vervangt de vroegere bos- en natuurbeheerplannen.
De regels moeten verder vastgelegd worden in drie Besluiten van de Vlaamse Regering (BVR): BVR natuurbeheerplannen en reservaten, BVR criteria geïntegreerd natuurbeheer en BVR subsidies. De goedkeuring van deze BVR worden momenteel voorbereid.

In afwachting van het in voege treden van deze besluiten stimuleert het ANB al ruim een jaar om beheerplannen voortaan volgens dit nieuwe concept uit te werken. Alle info hierover en over de overgangsmaatregelen vind je op de ANB-website. 

(http://www.natuurenbos.be/beleid-wetgeving/natuurbeheer/beheerplan/het-n...)

De zoekzones zijn delen van een speciale beschermingszone (SBZ) waarin het openstaand saldo aan Europese natuurdoelen moet gerealiseerd worden. Ze geven met andere woorden de perimeter aan waarbinnen de nog te ontwikkelen Europese natuurdoelen geplaatst kunnen worden in die speciale beschermingszone. Hoe meer het aandeel van het doel onder contract komt, hoe kleiner het openstaand saldo voor dat habitat en hoe kleiner de zoekzone. Indien alle doelen contractueel vastliggen, is er geen zoekzone meer. De wettelijke basis voor de zoekzone is gelegd in het vernieuwde Natuurdecreet en het Instandhoudingsbesluit van 20 juni 2014.

Prioritaire inspanningen zijn in het Europese natuurdoelenrapport geformuleerd als noodzakelijk voor het bereiken van de doelen. De prioritaire inspanningen zijn opgenomen in het Europese natuurdoelenbesluit en zijn dan ook richtinggevend voor de realisatie van de natuurdoelen op het terrein. Een inspanning bestaat of kan bestaan uit meerdere acties.

Natura 2000 is een Europees natuurnetwerk dat de toekomst wil verzekeren van honderden bedreigde dieren en planten, en hun leefgebieden. Want de Europese natuur is uniek in haar soort. Het streefdoel? Tegen 2050 mogen alle kwetsbare plant- en diersoorten en hun leefgebieden niet langer bedreigd zijn.

Het Natura 2000-netwerk strekt zich uit over 27 landen en telt meer dan 25.000 gebieden. Alles samen is dat goed voor ongeveer een vijfde van de oppervlakte van Europa. Het is het grootste samenhangende ecologische netwerk in de wereld.

Ook Vlaanderen doet mee. Het Vlaamse netwerk beslaat 166.000 hectare, verspreid over 62 gebieden. Het beschermt 47 leefgebieden - zoals slikken en schorren, duinen, heide, graslanden, bossen, rivieren... - en 133 soorten, zoals vleermuizen en andere zoogdieren, vogels, amfibieën en reptielen, vissen, insecten en planten. Zo beschermt ook Vlaanderen de Europese biodiversiteit!

De tool kan gebruikt worden voor het berekenen van de depositie van NH3 vanuit landbouwbronnen ammoniak (stallen) en meer bepaald de invloed op de vermesting van de SBZ-H gebieden. Niet-landbouwbronnen en niet stal-gerelateerde landbouwbronnen kunnen momenteel nog niet doorgerekend worden. De tool berekent de significantieklasses (=impactscore), dit is de hoogste verhouding van de depositie veroorzaakt door het bedrijf met de kritische depositiewaarde (KDW) van de habitat (actueel of nog te plaatsen), die op een significante hoeveelheid voorkomt en waarvoor de totale depositie de KDW overschrijdt.

Natura 2000 staat of valt met een vlotte samenwerking tussen verschillende betrokken partijen. In de Natura 2000-gebieden zijn immers tal van gebruikers actief. In overleg tussen de minister, het Agentschap voor Natuur en Bos, het middenveld en de betrokken Vlaamse administraties werd een globaal overlegtraject voor het hele IHD-proces opgezet. Elke speler kreeg daarin zijn rol.

Zo bestaan er ook overlegplatformen per speciale beschermingszone, waarin het ANB samenzit met vertegenwoordigers van sectoren die een bijdrage willen leveren aan de implementatie van de natuurdoelen, en/of die daardoor getroffen worden. Het overlegplatform bestaat naast de ANB-vertegenwoordigers en boseigenaars uit vertegenwoordigers uit de landbouw, natuurbeheer, economie, jacht en bosgroepen.

Tot de sterkste schouders behoren niet enkel het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en Natuurpunt, maar ook andere openbare besturen (zoals steden en gemeenten, provincies) en de andere terreinbeherende verenigingen (zoals vzw Durme, Limburgs Landschap, Lila, Orchis).
 

Voor de managementplannen 1.1 worden enkel de beheerplannen van de sterkste schouders gescreend. In een volgende fase - de voorbereiding van de managementplannen 1.2 - zullen ook de (bos)beheerplannen van privé-eigenaars gescreend worden en zal aan hen gevraagd worden of ze de Europese natuurdoelen mee willen realiseren. Indien ja, dan wordt het beheerplan meteen aangepast of wordt een overeenkomst gesloten tussen het ANB en de eigenaar, waarin de eigenaar zich engageert om binnen een periode van drie jaar een natuurbeheerplan op te maken.

De realisatie (allocatie) van de Europese natuurdoelen die gekoppeld zijn aan SBZ’s gebeurt in regel binnen SBZ’s. Soms kan het wel noodzakelijk zijn om inspanningen te doen buiten SBZ’s, bijvoorbeeld om goede milieucondities te bereiken of om  bepaalde kernen te verbinden voor een goede staat van instandhouding.

Bestaande habitats buiten SBZ’s moeten behouden blijven en kunnen in bepaalde gevallen ook uitbreiden, bijvoorbeeld om een gunstige staat van instandhouding te bereiken. Voor o.a. boshabitats moet zelfs een belangrijk deel van de realisatie buiten SBZ’s gebeuren, meer bepaald 23.000 ha bosdoelen. Over de aanpak van de realisatie van die doelen buiten SBZ’s worden nog afspraken gemaakt op Vlaams niveau.

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen de habitattypische soorten en de Europees te beschermen soorten. Habitattypische soorten zijn soorten die kenmerkend zijn voor één of meerdere habitattypes. Voor deze soorten zijn er geen expliciete doelen, gezien zij zullen ‘meeliften’ met de habitatdoelen. Op Vlaams niveau moeten ze wel in een goede staat van instandhouding zijn. Als dat niet zo is, kan het overeenkomstig habitat niet beschouwd worden als ‘in goede staat’. Dit betekent dus dat ook met deze soorten voldoende rekening moet worden gehouden.

Voor de Europees te beschermen soorten zijn er specifieke doelen opgesteld - natuurdoelen voor soorten. Om deze doelen te halen, moet er voldoende leefgebied voor deze soorten bestaan. Naast het behoud en de bescherming van het bestaande leefgebied, moet er voor heel wat soorten, ook leefgebied bij gecreëerd worden. Vaak valt dit leefgebied samen met habitat, maar voor een aantal soorten bestaat het leefgebied ook uit niet-habitat. Dit extra leefgebied moet via soortbeschermingsmaatregelen gecreëerd worden. Om hieraan al gedeeltelijk tegemoet te komen, worden binnen het zoekzonemodel voor vier soorten (porseleinhoen, roerdomp, grauwe klauwier en kwartelkoning) zones afgebakend waarbinnen in een latere fase leefgebied kan gecreëerd worden. In deze fase wordt voor soorten nog niet met een zoekzone gewerkt.

Voor een aantal soorten is het ook nodig om verbindingen te voorzien tussen leefgebiedsdelen om een duurzame populatie te verzekeren. Deze verbindingen bestaan niet noodzakelijk uit habitat en kunnen ook buiten een speciale beschermingszone (SBZ) liggen. De realisatie van zulke verbindingen is opgenomen in de prioritaire inspanningen in de specifieke instandhoudingsdoelstellingenbesluiten (S-IHD). Het instrument om ze te realiseren zijn de soortenbeschermingsprogramma's.

Ja. De bescherming van de niet-Europese soorten en leefgebieden wijzigt niet. Ook blijven de bestaande gebieden buiten de Natura 2000-zones beheerd zoals voorheen. Ook blijft 15% van het aankoopbudget van het Agentschap voor Natuur en Bos, en 25% van het aankoopbudget van terreinbeherende verenigingen beschikbaar voor niet-Europese natuur. De Vlaamse natuur zal bovendien meeliften op de realisatie van de Europese natuurdoelen.

Ter onderbouwing van de Europse natuurdoelen, die door de Vlaamse Regering zijn vastgelegd,  is een onderbouwend rapport opgemaakt. Enkel dit besluit heeft een juridisch en dus bindend karakter.
Het rapport is opgesteld door het Agentschap voor Natuur en Bos, in samenwerking met de wetenschappelijke terreinkenners en medewerkers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.  De zogenoemde Wetenschappelijke Begeleidingscommissie (WBX) onder leiding van het voormalige kabinet van de minister bevoegd voor Leefmilieu en Natuurbehoud, heeft onderzocht of het rapport correct wetenschappelijk onderbouwd werd. In deze commissie zetelden vertegenwoordigers van de sectoren uit de Vlaamse Overleggroep die, elk met hun expertise, het rapport vanuit een wetenschappelijke benadering bekijken.  Na deze wetenschappelijke toets zijn de Europese natuurdoelen voorgelegd aan het zogenaamd Bovenlokaal overleg. Meer informatie over het gevoerde overleg, vind je op https://www.natura2000.vlaanderen.be/het-gevoerde-proces-0