Vragen over passende beoordeling / depositiescan /voortoets

6000ton fijn stof dat door Natura 2000 uit de lucht wordt gefilterd

.

Wanneer moet een passende beoordeling worden opgemaakt?

Een passende beoordeling moet worden opgemaakt indien een vergunningsplichtige activiteit, plan of programma een betekenisvolle aantasting kan veroorzaken van de instandhoudingsdoelstellingen van een speciale beschermingszone. Hierbij wordt het voorzorgsbeginsel gevolgd dat stelt dat, van zodra er een waarschijnlijkheid of een risico bestaat op een betekenisvolle aantasting, een passende beoordeling vereist is. Dat is ook het geval als er op grond van objectieve gegevens, niet kan worden uitgesloten dat het plan of project significante gevolgen heeft voor het gebied. In dat geval moet de initiatiefnemer een passende beoordeling maken.

De afweging of een passende beoordeling al dan niet noodzakelijk is, gebeurt in een voortoets waarvoor momenteel een online instrument werd ontwikkeld.

Moet ik bij de opmaak van een passende beoordeling nu al rekening houden met zoekzones?

Inderdaad, de zoekzones op zich hebben geen juridisch karakter, maar zijn een ruimtelijke vertaling van de bij besluit vastgelegde instandhoudingsdoelstellingen. Bijgevolg dient daar rekening mee gehouden te worden.

Waar vind ik de zoekzones die gelden in een bepaald gebied?

Je kan deze raadplegen via geopunt.be.

Zijn er vastgelegde afstandsbepalingen die bepalen wanneer een passende beoordeling moet worden opgemaakt?

Een passende beoordeling wordt opgemaakt indien een vergunningsplichtige activiteit, plan of project een betekenisvolle aantasting kan veroorzaken aan de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone (SBZ) en dus op het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen. Dit geldt zowel voor activiteiten binnen als buiten de SBZ. Voor de activiteiten die buiten een SBZ gesitueerd zijn, bestaan echter geen afstandsbepalingen. Elke activiteit moet m.a.w. binnen de eigen specifieke omstandigheden beoordeeld worden, ongeacht de afstand tot de SBZ. Bijvoorbeeld een waterlozing buiten SBZ op een waterloop die door de SBZ loopt, kan immers tot gevolg hebben dat kwaliteitsdoelstellingen voor een habitattype in deze waterloop binnen de SBZ niet gehaald kunnen worden. Anderzijds kan het zijn dat een ander type lozing binnen SBZ op diezelfde waterloop geen negatieve gevolgen heeft voor deze doelstellingen.

Moet er voor een ‘mededeling kleine verandering’ een Passende Beoordeling bijgevoegd worden door de initiatiefnemer?

Of er een PB moet bijgevoegd worden bij ‘een melding van kleine verandering’, volgt uit het principe dat om voor een ‘mededeling kleine verandering’ in aanmerking te kunnen komen, er geen sprake mag zijn van een bijkomend risico voor de mens of een aantasting van het leefmilieu of de bestaande hinder vergroot. In die zin is voor een ‘mededeling kleine verandering’ a priori geen passende beoordeling vereist.

Kan dezelfde passende beoordeling volstaan voor zowel de bouwvergunningsaanvraag als de milieuvergunningsaanvraag?

Ook voor een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag kan een passende beoordeling noodzakelijk zijn. Een passende beoordeling die alle informatie omvat (zowel voor de milieuvergunningsaanvraag als voor de bouwvergunningsaanvraag) kan voor beide aanvragen gebruikt worden. Indien een bouwvergunning of milieuvergunning werd afgeleverd zonder het uitvoeren van een passende beoordeling en ANB oordeelt dat dit noodzakelijk is, kan tegen de afgeleverde vergunning in beroep gegaan worden. Het ontbreken van een noodzakelijke passende beoordeling maakt de vergunning juridisch kwetsbaar.