Grauwe kiekendief

Circus pygargus
Fauna
Vogels

+

Uitbreiding van het huidige areaal

+

Uitbreiding van de huidige populatie tot 15 broedparen

+

Oplossen van niet afgestemd menselijk gebruik, tekort aan kwaliteit van het leefgebied. Uitbreiding van de huidige en potentiële leefgebieden met 350 – 450 ha aan kleine landschapselementen onder de vorm van voedselrijke randzones (duo– en trioranden, bermen, braakpercelen, …), naast de vooropgestelde extra oppervlaktes Europees te beschermen habitats en leefgebied van andere Europees te beschermen soorten en de algemene kwaliteitsverbetering ten gevolge van het huidige milieubeleid.

De Grauwe kiekendief is onze slankste kiekendief met zeer lange en smalle vleugels en met opvallend spitse vleugeltoppen. Het mannetje is overwegend grijs met zwarte vleugeltoppen en een zwarte band op de armvleugel, zowel op de boven- als de onderkant; de buik is lichtbruin gestreept. Vrouwtjes en jonge vogels hebben een witte stuitvlek en zijn overwegend bruin met donkere bandering op vleugels en staart.

Het broedareaal omvat Zuid-Europa over West-Europa tot in de Aziatische steppen. Overwintering vindt plaats in Afrika. In Vlaanderen is het een zeldzame verschijning op doortrek vanaf half april. De Grauwe kiekendief broedt niet-jaarlijks met één tot enkele broedparen, voornamelijk op militaire domeinen in de Kempen en in grootschalige akkergebieden met veel graangewassen. De dichtstbijzijnde ‘gezonde’ broedpopulaties zijn gelegen in Noordoost-Nederland en Noord-Frankrijk. De Grauwe kiekendief was ten tijde van de kleinschalige landbouw (voor 1950) veel algemener, vooral in de Kempen en de kuststreek.

Habitatverlies, intensivering van de landbouw, verstoring van de nestplaats (uitmaaien bij oogsten) en vergiftiging zijn de voornaamste bedreigingen voor de soort.

Doeltreffende beheermaatregelen zijn de braaklegging van akkergebieden en akkerrandenbeheer om een hoog voedselaanbod te garanderen. Bij broedgevallen in landbouwgewassen is het aangewezen om actieve nestbeschermingsmaatregelen te nemen tegen het uitmaaien in de eifase (mei-juni) en in de periode dat de jongen er zijn (juli-augustus).

Het is een kiekendief van eerder droge open habitats, oorspronkelijk steppen, maar sinds jaren ook van akker- en weiland. Zoals de andere kiekendieven wordt laagvliegend gejaagd boven de vegetatie, behendig manoeuvrerend met lange staart en vleugels. Het nest wordt meestal gemaakt in uitgestrekte monotone vegetaties, in Vlaanderen meestal graanakkers.

Onregelmatige broedvogel