Spaanse vlag

Callimorpha quadripunctata
Fauna
Weekdieren en geleedpotigen

=

Behoud van het huidige areaal; uitbreiding bij toekomstige verwachte uitbreiding van populaties

+

Uitbreiding van de huidige populatie

+

Oplossen van verstoring van de waterhuishouding, vervuiling, tekort aan kwaliteit van het leefgebied. Geen extra oppervlakte leefgebied nodig naast de vooropgestelde extra oppervlaktes Europees te beschermen habitats en leefgebied van andere Europees te beschermen soorten en de algemene kwaliteitsverbetering ten gevolge van het huidige milieubeleid.

De Spaanse vlag is een dagactieve nachtvlinder van de familie van de Beervlinders met een vleugelspanwijdte van 6 à 7 cm. De vlinder is te herkennen aan de zwarte voorvleugels met crèmekleurig strepenpatroon en de rode (uitzonderlijk geel of oranje) achtervleugels met zwarte vlekken. In rust worden de voorvleugels meestal V-vormig naar achter geplooid, waardoor het rode achterlijf en de opvallende achtervleugels niet zichtbaar zijn. De donkerbruine rups wordt tot 5 cm lang en heeft een onderbroken, oranje lengtestreep op de rug en een witte lengtestreep op de flanken. De rug is bezet met oranje wratten met geelbruine haarborstels.

De Spaanse vlag heeft een Midden- en Zuid-Europese verspreiding. Het Waalse deel van de Sint-Pietersberg vormt al decennia lang een noordelijke voorpost met een vaste populatie. Door de opwarming van het klimaat breidt het areaal van deze mobiele soort zich geleidelijk noordwaarts uit. In Vlaanderen en Zuid-Nederland worden in recente jaren her en der zwervende dieren waargenomen en ontstaan zeer plaatselijk nieuwe populaties. In Vlaanderen zijn ondertussen populaties bekend van enkele Hagelandse heuvels (Kesselberg en IJzerenberg-Eikelberg) en aangrenzende valleien. Gericht onderzoek kan elders wellicht nog nieuwe populaties aan het licht brengen.

Warme, soortenrijke ruigtes verdwijnen door bosontwikkeling, eutrofiëring of een intensief maai- of graasbeheer. Een andere bedreiging vormt het verdwijnen en fragmenteren van natuurlijke overgangen tussen enerzijds beekvalleien met vochtige ruigten en anderzijds hoger gelegen gronden met zonnige, bloemrijke graslanden en boszomen.

Deze warmteminnende soort vereist een aangepast beheer op landschapsschaal. Belangrijke maatregelen zijn het tegengaan van verbossing van vochtige, voedselrijke ruigtes door een gefaseerd kap- en/of maaibeheer en het open houden van gradiënten naar hoger gelegen gronden, in het bijzonder naar het zuiden gerichte hellingen. Hier is het belangrijk dat in juli-augustus voldoende nectarbronnen aanwezig zijn, onder de vorm van ruigtes en bloemrijke graslanden en boszomen. Extensieve begrazing en gefaseerd maaien (deels niet jaarlijks) zijn er in principe gunstig. In de leefgebieden zijn ook ruigtes met algemene plantensoorten, zoals distelvelden, belangrijk.

Zoals bij vlinders wel vaker het geval is, hebben rupsen en volwassen dieren een verschillend voorkeurhabitat. De rupsen leven in de periode september-juni op allerlei algemene plantensoorten van vochtige, voedselrijke zomen en ruigten (cf. habitattype 6430). Geschikte waardplanten zijn o.a. Koninginnenkruid, Grote brandnetel, Witte dovenetel, Wilgenroosje, Hondsdraf, bramen en Wilde kamperfoelie. Begin juli vindt de verpopping plaats, waarna de vrij mobiele vlinders bloemrijke graslanden en boszomen opzoeken. Frequent bezochte nectarplanten zijn o.a. Koninginnenkruid en distels. Eind augustus sterven de volwassen vlinders. Geschikte leefgebieden voor de Spaanse vlag omvatten dus een combinatie van beide habitattypes. Cruciaal voor vlinder en rups is een warm microklimaat (hellingen, beschutte plaatsen, bosranden).