Begrippen beginnend met V

Klik op één van de letters hierboven om de begrippen weer te geven.
Veenvorming

Ophoping van afgestorven plantenmateriaal onder de levende bovenlaag, in zuurstofarm en vaak zuur milieu dat verzadigd is met water. Het samengeperste, gedeeltelijk verteerde materiaal noemt men veen.

Verdroging

Vermindering van de specifieke waterinhoud van een watervoerende laag en van de bodem door beïnvloeding door de mens. Verdroging omvat alle effecten die voortvloeien uit een door de mens veroorzaakte grondwaterdaling zoals vochttekort, verschillen in mineralisatie en kwel, inclusief de effecten van compenserende maatregelen.

Vergrassing

Overvloedige groei van grassen (bv. pijpenstrootje, bochtige smele, gewone witbol) als gevolg van verstoring van het natuurlijk systeem (bv. verdroging, vermesting), waarbij andere voor het natuurbehoud belangrijke soorten achteruitgaan of zelfs verdwijnen.

Verlanding

Proces waarbij open water door sedimentatie en geleidelijke opstapeling van plantenresten nieuw land ontstaat.

Vermesting

Het voedselrijker worden van het milieu, door toename van de hoeveelheid voedingsstoffen (nitraat, fosfaat), waardoor de ecologische processen en de natuurlijke kringlopen verstoord worden. Hierdoor gaat de biodiversiteit achteruit.

Verruiging

Proces dat gewoonlijk optreedt na het wegvallen van het beheer in een bepaald terrein en dat gepaard gaat met de vestiging of uitbreiding van forse plantensoorten (zogenaamde ruigtekruiden), die gekenmerkt zijn door hun overblijvende natuur, hun snelle groei en de productie van aanzienlijke hoeveelheden strooisel, waardoor ze andere, vooral kleinere soorten verdingen en de vestiging van andere soorten verhinderen.

Versnippering

Fragmentatie van het leefgebied van soorten, waardoor soorten ten minste lokaal kunnen uitsterven. Versnippering uit zich in de afname van arealen, de toenemende weerstand voor verplaatsing door soorten tussen die kleiner wordende arealen door andere vormen van landgebruik en meer algemeen dus in de toename van aantal en omvang van barrières.

Verstruweling

Uitbreiding van struweel

Vervilting

Specifieke vorm van vergrassing, verwijzend naar de structuur van de graszode

Verzuring

De verhoging van de concentratie waterstofionen in bodem of water als natuurlijk proces of als gevolg van atmosferische deposities van zwavel- of stikstofverbindingen (zwaveldioxide, stiksitfoxides en ammoniak) of van veranderingen in hydrologie of in de vegetatie.

Vlaams Natura 2000-programma

De Europese doelen tegen 2050 realiseren, is een complex werk van beheer, acties, bescherming, opvolging ... Om het overzicht te bieden, om te plannen en te kunnen bijsturen, wordt gefaseerd gewerkt, met zesjaarlijkse cycli. Het Vlaams Natura 2000-programma beschrijft alle beleidsmatige inspanningen en gebiedsgerichte acties die daartoe in één cyclus geleverd moeten worden.
De samenstelling van het Vlaams Natura 2000-programma is beschreven in het natuurdecreet, art. 50 ter §3:
‘Het Vlaams Natura 2000-programma bevat ten minste:
1° een taakstelling op niveau van het Vlaamse Gewest die bestaat uit de inspanningen met betrekking tot het natuurbehoud, die nodig worden geacht ter realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen tijdens de programmacyclus in kwestie. De taakstelling bevat een bindend gedeelte, namelijk het deel van de inspanningen dat tijdens de programmacyclus in kwestie moet worden gerealiseerd, en een richtinggevend deel, namelijk het deel van de inspanningen waarvan de realisatie tijdens de programmacyclus in kwestie wordt nagestreefd en dat geheel of gedeeltelijk in een latere cyclus kan worden gerealiseerd;
2° een opgave van de acties voor de realisatie van de taakstelling;
3° een overzicht van de actoren die een bijdrage leveren tot:
a) de realisatie van de acties;
b) de coördinatie van de uitvoering van het programma;
c) alle overige door de Vlaamse Regering te bepalen aspecten in verband met de uitvoering van het programma;
4° een overzicht van de geraamde uitgaven voor de uitvoering van het programma.

De taakstelling en de acties als vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, omvatten tevens een programma van aanduiding van zones waar instandhoudingsdoelstellingen en instandhoudingsmaatregelen dienen gerealiseerd te worden buiten de speciale beschermingszones en van de opmaak van managementplannen voor deze zones. De Vlaamse Regering duidt deze zones aan voor 1 januari 2019 en bepaalt nadere regels betreffende de procedure voor de aanduiding van deze zones.’

Vogelrichtlijn

Richtlijn 2009/147/EG van het Europees parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (gecodificeerde versie) (Publicatieblad Nr. L 20 van 26/1/2010, blz. 7–25).

Vogelrichtlijngebieden

Speciale Beschermingszone aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn. Deze gebieden zijn aangeduid om Europees beschermde habitattypes en soorten de kans te geven duurzaam te overleven en zo de Europese biodiversiteit te bewaren. Samen met de Speciale Beschermingszones in uitvoering van de Habitatrichtlijn vormen ze het Natura 2000-netwerk.

Voortoets

De afweging of een passende beoordeling al dan niet moet worden opgemaakt. Tijdens dat proces wordt nagegaan of een risico bestaat op een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone. Het uitvoeren van een voortoets is dus niet hetzelfde als het uitvoeren van een passende beoordeling.

De voortoets is ook de naam van een online-toepassing die u hierbij helpt: www.voortoets.be.