Het overlegproces

231door de Habitatrichtlijn beschermde habitattypes in Europa

Natura 2000 staat of valt met een vlotte samenwerking tussen verschillende betrokken partijen. In de Natura 2000-gebieden zijn immers tal van gebruikers actief. In overleg tussen de minister, het Agentschap voor Natuur en Bos, het middenveld en de betrokken Vlaamse administraties werd een globaal overlegtraject voor het hele natuurdoelenproces opgezet. Elke speler kreeg daarin zijn rol. In het traject werden zowel de voorbereiding als de afronding van de natuurdoelen besproken en werd de uitvoering ervan voorbereid.

Het ontwerp van het overlegproces was gebaseerd op volgende principes:

  • aandacht schenken aan continue en goede informatieoverdracht
  • ruimte geven voor (discussie en) contact tussen belangengroepen
  • inzicht geven in de globale samenhang
  • aandacht geven aan kwaliteitsvolle reactie op inspraak
  • haalbaar zijn voor doelgroepen en het ANB

In dit overlegproces werden zowel de voorbereiding, opmaak als de effectieve doelstellingen op gewestelijk niveau als het gebiedsniveau besproken. Een Gewestelijke Overleginstantie werd de draaischijf van het proces.

De verschillende rollen in het overlegproces

De Gewestelijke Overleginstantie

In de overleggroep wordt op permanente basis van gedachten gewisseld tussen de bevoegde minister, het ANB, het INBO en het maatschappelijke middenveld over de uitvoering van het beleid op vlak van de IHD’s. Zo krijgen deze maatschappelijke doelgroepen inspraak bij het bepalen van de IHD’s en in een latere fase bij de wijze van de uitvoering ervan. Daardoor kan al in een zo vroeg mogelijk stadium een solide maatschappelijk draagvlak worden gerealiseerd voor de uitvoering.

In de overleginstantie zetelen de volgende actoren: Boerenbond, Natuurpunt, VOKA, Landelijk Vlaanderen, Koepel van Vlaamse Bosgroepen, UNIZO, Hubertus Vereniging Vlaanderen en Algemeen Boerensyndicaat. Sinds 2016 zetelen er ook een aantal betrokken administraties in deze overleginstantie: Ruimte Vlaanderen, Landbouw en Visserij, Vlaamse Landmaatschappij, Vlaamse Milieumaatschappij, Mobiliteit en Openbare Werken, NV de Scheepvaart en Waterwegen en Zeekanaal. De betrokken belangenorganisaties ondertekenden in het voorjaar van 2009 een intentieverklaring (pdf - 2 MB). Zij engageerden zich zo om op een constructieve manier mee te overleggen over Natura 2000 in Vlaanderen.

De Vlaamse projectgroep

Met de Vlaamse overheidsadministraties is eveneens een overlegtraject afgesproken, opdat ook zij zich goed kunnen voorbereiden op de impact van de IHD’s en hun insteek konden geven. Daartoe werd na overleg met de leidend ambtenaren van de betrokken instanties de Vlaamse IHD-projectgroep opgericht. Die werd ingepast in het met de middenveldorganisaties vastgelegd overlegtraject.

In de projectgroep zetelen de volgende actoren: Agentschap voor Landbouw en Visserij, Agentschap Ruimte en Erfgoed, Agentschap Wegen en Verkeer, BLOSO, Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Departement Landbouw en Visserij, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Departement Ruimtelijke ordening, Woonbeleid en Onroerend erfgoed, De Scheepvaart NV, Toerisme Vlaanderen, Vlaamse Milieumaatschappij, Vlaamse Landmaatschappij en Waterwegen en Zeekanaal NV.

Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB)

Als administratie bevoegd voor de materie staat het ANB in voor het voorbereiden van de rapporten, het voeren van de overlegprocessen, het voorbereiden van de dossiers voor de minister en regering en het voeren van het secretariaat van de overleginstantie en de projectgroep. Kortom, de uitvoering en operationele aansturing van het IHD-proces.

Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)

Als Vlaamse wetenschappelijke instelling met natuur en bos als werkterrein staat het INBO in voor de inbreng van wetenschappelijke kennis en informatie in de rapporten en het overleg. Bovendien verzorgt het INBO de officiële evaluatie van de staat van instandhouding van de Europees te beschermen habitattypes en soorten.

De Wetenschappelijke Begeleidingscommissie (WBC) 

In uitvoering van het advies van de Minaraad en SALV is er een Wetenschappelijke Begeleidingscommissie (WBC) opgezet. Dit is een werkgroep van ecologisch onderlegde experts van de verschillende belangengroepen. Deze werkgroep beoordeelt de wetenschappelijke merites van een S-IHD-rapport. Ze concentreren zich daarbij vooral op de correcte toepassing van de bestaande instrumenten en de gebruikte data.

De bevoegde Vlaamse minister 

Als Vlaams minister voor Natuurbehoud stonden Hilde Crevits (2007 - 2009) en Joke Schauvliege (vanaf 2009) en hun kabinet in voor de strategische aansturing van het globale proces. Het kabinet is vertegenwoordigd in de Vlaamse overleggroep en zit als neutrale speler de Wetenschappelijke Begeleidingscommissie voor.

De Vlaamse Regering 

Zoals bepaald door de regelgeving is de Vlaamse Regering verantwoordelijk voor de goedkeuring van de natuurdoelen. Dat impliceert dat zij de knopen (de discussiepunten) doorhakt die overblijven na het overlegproces.