Wat tegen wanneer?

1door de Habitatrichtlijn beschermd mos in Vlaanderen

Tegen 2020 moet de verdere achteruitgang worden gestopt en moet minstens een derde van de habitattypes en soorten in een gunstige staat van instandhouding zijn gebracht. Tegen 2050 de rest, maar om dat te bereiken, moet al eerder actie ondernomen worden. Om te komen tot de realisatie van de natuurdoelen tegen 2050 zijn volgende mijlpalen vastgelegd.

Stoppen en vermijden van verdere achteruitgang tegen 2020

Voor geen enkel habitat of soort mag de staat van instandhouding nog verder achteruitgaan. Dat wil zeggen dat tegen 2020 alle nodige lokale maatregelen genomen moeten zijn in die gebieden waar er een negatieve trend is of waar achteruitgang dreigt.

Gunstige of verbeterde staat van instandhouding voor 16 habitats tegen 2020

De Europese biodiversiteitstrategie streeft ernaar dat een derde van alle habitattypes tegen 2020 in een gunstige of verbeterde staat van instandhouding zijn. Voor Vlaanderen komt dat neer op 16 habitattypes. Vijf types bevinden zich al in een gunstige staat.

De selectie van deze 16 habitats gebeurde op basis van twee criteria:

  • Is het haalbaar om de volledige doeloppervlakte van het habitattype tegen 2020 onder een goed beheer te krijgen?
  • Is het realistisch om een gunstige staat van instandhouding of tenminste een significante vooruitgang te krijgen tegen 2020?

De lijst is opgemaakt in overleg met de stakeholders en is dus realistisch, maar natuurontwikkeling kost tijd. De nodige acties moeten dus zo snel mogelijk worden uitgevoerd om resultaat te hebben in 2020. Ze hebben betrekking op zowel het beheer en de ontwikkeling van habitats als op het oplossen van (lokale) milieuknelpunten.

De gunstige staat van instandhouding moet bewaard blijven voor:

  • 1140 - Slik- en zandplaten die droogvallen bij eb
  • 2160 - Duinstruweel

Tegen 2020 moet de gunstige staat van instandhouding bereikt worden voor onderstaande habitats of moeten er belangrijke stappen in die richting gezet zijn:

  • 1320 - Schorren met Slijkgras
  • 2110 - Embryonale duinen
  • 2120 - Stuifduinen met helm
  • 2130* - Duingraslanden en mosduinen
  • 2170 - Duinsvalleien met Kruipwilg
  • 2190 - Vochtige duinvalleien
  • 3140 - Vrij voedselarme wateren met kranswiervegetaties
  • 6210(*) - Droge kalkgraslanden en struweel op kalkbodem (prioritair habitat in gebieden waar opmerkelijke orchideeën groeien)
  • 7110* - Actief hoogveen
  • 7210* - Galigaanvegetaties
  • 7220* - Kalktufbronnen met tufsteenformatie
  • 7230 - Kalkmoeras
  • 8310 - Niet voor het publiek opengestelde grotten
  • 9150 - Kalkrijke beukenbossen

Gunstige of verbeterde staat van instandhouding voor soorten tegen 2050

Het doel van de Europese biodiversiteitstrategie is om tegen 2050 alle soorten in een gunstige staat van instandhouding te hebben gebracht. Om dat te kunnen bereiken moet vroeg genoeg (tegen 2040) de nodige actie ondernomen worden.

In tegenstelling tot de habitats worden voor soorten geen specifieke doelen tegen 2020 vastgelegd. Uit de evaluatie in 2007 bleek immers dat meer dan een derde van de soorten al in een gunstige staat van instandhouding was. Bovendien dragen de inspanningen voor de habitats ook bij tot de gunstige staat van instandhouding van de soorten, inclusief vogelsoorten, die grotendeels van die habitats afhangen.

Er zijn echter enkele soorten die specifieke aandacht nodig hebben, omdat hun leefgebied geen Europees te beschermen habitat is. Voor die soorten worden soortenbeschermingsprogramma’s opgesteld.

  • hamster - Cricetus cricetus
  • roerdomp - Botaurus stellaris
  • bruine kiekendief - Circus aeruginosus
  • grauwe kiekendief - Circus pygargus
  • kwartelkoning - Crex crex
  • grauwe klauwier - Lanius collurio
  • porseleinhoen - Porzana porzana
  • woudaap - Ixobrychus minutus
  • kleine rietgans - Anser brachyrhynchus
  • gladde slang - Coronella austriaca

Meerjarenplanning

Het Vlaamse Prioritized Action Framework (pdf - 2,5 MB)

Voor de Europese Commissie dient een Prioritised Action Framework (PAF) voor Natura 2000 opgesteld te worden. Dit is een meerjarenplanning voor de realisatie van de prioritaire acties en voor de financiering van deze implementatie. Per habitattype en soort dient te worden aangegeven welke prioritaire acties worden ondernomen (inrichting/beheer en milieudruk), hoeveel deze acties gaan kosten en voor welke acties cofinanciering door Europa beoogd wordt voor de periode 2014 – 2020.